SDA2 is een doorontwikkeling van SDA1, een speciaal ontwikkeld programma waarmee uitgebreid het doorbuigingsgedrag van en spanningsverloop in verwarmingsbuizen in kassen berekend kan worden. De verwarmingsbuizen in een kas dienen namelijk veelal twee functies. Aan de ene kant dienen ze voor de verwarming van de kas. Aan de andere kant worden deze buizen gebruikt om karretjes of robots over te laten rijden.
Door het laten rijden van oogstkarretjes of andere wagens ontstaat een doorbuiging van de buizen. In enkele situaties kan het voorkomen dat het buizensysteem faalt onder invloed van overbelasting. Elk van deze belastingsgevallen kan eenvoudig geanalyseerd worden met behulp van SDA2 voor twee-assige voertuigen. Zodoende kan er vantevoren een beperking gelegd worden op het gewicht van de karretjes, of kan de geometrie van het buizensysteem worden geoptimaliseerd voor de reeds bestaande karretjes.
SDA2 toont namelijk overzichtelijke en kleurrijke grafieken van de doorbuiging en het spanningsverloop, waardoor dit een uitstekend middel is om de doorbuigingsproblematiek te visualiseren. Maximaal zes verschillende configuraties kunnen met elkaar vergeleken worden in één grafiek. Hierdoor kan (bijvoorbeeld de verkoopafdeling) met een druk op de knop zien of een bepaalde kasconfiguratie voldoet in combinatie met de kar/robot, en welke wijzigingen nodig zijn indien er problemen op zouden kunnen treden.
Er kunnen maximaal zes verschillende configuraties in één grafiek getoond worden, door het gebruik van verschillende kleuren. Er kan hierdoor eenvoudig afgelezen worden of de doorbuiging of de materiaalspanning binnen de door de overheid in 2004 aangepaste normen blijft. Hier volgen enkele screenshots van het programma.

Figuur1: Screenshot hoofdvenster zonder grafieken met negen steunpunten
in beeld

Figuur2: Screenshot hoofdvenster SDA2 met doorbuigingsgrafieken. Hier is
de doorbuiging te zien als functie van een verplaatsende wagen

Figuur3: Screenshot hoofdvenster SDA2 met materiaalspanningsgrafiek. Deze
grafiek hoort bij de doorbuigingsgrafiek van figuur2

Figuur4: Resultatenvenster, met numeriek overzicht van de gebruikte en
berekende data behorende bij Figuur 2 en 3
Zoals te zien is, kunnen er onderstaande parameters ingevuld worden:
|
Buis
|
Kar/Robot
|
|
|

Figuur5: Steunpuntsafstand

Figuur6: Wielbasis

Figuur7: Positie kar/robot

Figuur8: Tandemstel
Verder kan het volgende nog gekozen worden:

Figuur9: Van boven naar beneden: Vak 1, Vak 2, Overige positie
Zoals in figuur 9 te zien is, zijn er drie verschillende situaties waarin de kar/robot zich kan bevinden. In Vak 1 is de doorbuiging het grootst. In Vak 2 is de loslating van het eerste steunpunt het belangrijkst. En ten slotte is er nog Overig, waarvan niks bijzonders te vermelden is.
Verdere features van het programma zijn:
Hieronder zijn drie toepassingen vermeld van het programma. Het zijn de volgende optimalisaties:
Als nu uitgegaan wordt van een bestaande kas, dan kan met behulp van SDA2 eenvoudig bepaald worden wat de maximale belasting mag zijn voor de buis. In het nu volgende voorbeeld wordt uitgegaan van een oogstkarretje voor tomaten. De volgende gegevens zijn bekend:
|
Buis
|
51 x 2.25 mm
|
|
Steunpunt
|
2250 mm
|
|
Wielbasis
|
1000 mm
|
|
Water
|
Aanwezig
|
|
Loslating
|
Toegestaan
|
De vraag is nu hoe zwaar de oogstkar beladen mag zijn. Dit is uiteraard van groot belang. Hoe zwaarder de kar beladen mag zijn, hoe minder vaak deze heen en weer moet worden gereden.
Het meest gebruikte materiaal voor de buizen in kassen is staal. Deze staalsoort heeft een vloeigrens van rond de 230 MPa (=N/mm²). Als nu wordt uitgegaan van een maximaal toegestane belasting van 70% van de vloeigrens, komt men uit op een maximale materiaalspanning van afgerond 160 MPa.
Allereerst dient bepaald te worden wat de meest kritieke positie is voor de oogstkar met betrekking tot de materiaalspanning. Er wordt in dit geval niet gekeken naar Vak1 en Vak2, maar alleen naar Overig. Hiervoor wordt een karmassa gebruikt van 250 kg. Deze wordt later geoptimaliseerd. Als nu de kar-positie geleidelijk wordt aangepast, verschijnt de volgende grafiek voor de materiaalspanning (fig.10), met bijbehorend resultatenvenster (fig.11).
(Klik op deze grafiek voor een vergrote weergave ervan)

Figuur10: Full Screen weergave van de materiaalspanning bij een variable karpositie

Figuur11: Resultatenvenster behorende bij Figuur 10
Uit deze analyse blijkt dat de kritieke positie ligt op 950mm. Hier is de materiaalspanning het hoogst. Als nu de karmassa geleidelijk wordt opgevoerd vanaf de 250kg, verschijnt de volgende grafiek.

Figuur12: Grafiek materiaalspanning, waarbij de karmassa geleidelijk opgevoerd
is

Figuur13: Resultatenvenster, behorende bij figuur 12
De gebruikte massa's zijn voor één buis. De totale karmassa is dus twee maal de gebruikte massa. Per buis kan er maximaal 280 kg aan karmassa gebruikt worden. De totale karmassa komt in dit geval dus op maximaal 560 kg. Houdt u wel rekening met alle toleranties die in de buis zitten. Er is al 70% genomen van de vloeigrens, maar de buisdikte kan ook snel 10% schelen door de toleranties die gebruikt worden tijdens de fabricage van de buis..
Een tweede toepassing voor SDA2 kan gedaan worden in een kas waar nog enige vrijheid is. Als de steunpuntsafstand nog niet vastligt, kan met behulp van SDA2 de maximaal toelaatbare waarde hiervoor gekozen worden. Er wordt weer uitgegaan van oogstkarretjes. In dit geval dienen er karretjes met een totale massa van 420 kg te rijden. Per buis is dit dus 210 kg. Verder is de volgende data bekend:
|
Karmassa
|
210 kg |
|
Buis
|
57 x 2.5 mm
|
|
Wielbasis
|
900 mm
|
|
Water
|
Aanwezig
|
|
Loslating
|
Toegestaan
|
Indien er nu gekeken wordt naar enkel de materiaalspanning, en weer dezelfde grens van 160 MPa zoals in het vorige voorbeeld, dan krijgen we het volgende scenario. Er wordt eerst een steunpuntsafstand gekozen. In dit geval wordt begonnen met 2500 mm. Hierbij wordt gekeken voor welke positie de spanning maximaal is. Vervolgens wordt de steunpuntsafstand vergroot met 500 mm, en wordt weer gekeken naar de positie met de maximale materiaalspanning. Dit geeft ons het volgende overzicht.
|
Steunpuntsafstand
|
Positie eerste wiel
|
|
2500 mm
|
500 mm
|
|
3000 mm
|
750 mm
|
|
3500 mm
|
1000 mm
|
|
4000 mm
|
1250 mm
|
Als deze data vervolgens weer in een grafiek wordt geplot, verschijnt het volgende beeld.

Figuur14: Optimalisatie Steunpuntsafstand

Figuur15: Doorbuiging behorende bij Figuur 14

Figuur16: Resultatenvenster behorende bij Figuur 14 en 15
Uit de resultaten is duidelijk af te lezen dat een steunpuntsafstand van 3500 mm nog net voldoet. Er zit al een marge over de grens voor de maximale spanning, dus die 2 MPa verschil hoeft niet als belangrijk verondersteld te worden.
De eerste klant van het programma kwam met een interessant probleem aanzetten. "Maakt het veel verschil als de wielbasis van een spuitrobot vergroot wordt van 600 mm naar 1200 mm?" Dit is natuurlijk direct onderzocht.
Een spuitrobot heeft andere karakteristieken dan een oogstkar. De steunpuntsafstand ruim twee maal zo groot, en de gebruikte buis is vaker 57x2.5 mm dan 51x2.25 mm. De gebruikte robot weegt 350 kg, dus per buis is dit 175 kg. Dit zijn de gegevens.
|
Robotmassa
|
175 kg
|
|
Wielbasis
|
600 - 1200 mm
|
|
Steunpuntsafstand
|
4700 mm
|
|
Buis
|
57 x 2.5 mm
|
|
Water
|
Aanwezig
|
|
Loslating
|
Toegestaan
|
Allereerst wordt de positie opgezocht van de spuitrobot waar de materiaalspanning het hoogst is. Dit dient gedaan te worden voor beide wielbases. Het blijkt dan dat de volgende waarden kritiek zijn.
|
Wielbasis
|
Kritieke positie eerste wiel
|
|
600 mm
|
2300 mm
|
|
1200 mm
|
2150 mm
|
Indien deze waarden gebruikt worden, levert dit de volgende grafieken op.

Figuur17: Vergelijking wielbasis 600mm en 1200mm

Figuur18: Doorbuigingsgrafiek behorende bij Figuur 17

Figuur19: Resultatenvenster behorende bij Figuur 17 en 18
Zoals te zien is, is er in dit geval veel verschil tussen de beide waarden voor de wielbasis. Als de wielbasis vergroot wordt van 600 mm naar 1200 mm, neemt de materiaalspanning af met 16%. De materiaalspanning komt nu in een acceptabeler gebied te liggen. Hoewel 180 MPa nog steeds aan de hoge kant is, is dit wel veel beter dan de 214 MPa bij de kleinste wielbasis.
In de doorbuiging is een veel kleinere invloed merkbaar. De afname bedraagt hier slechts 10%.
Ons advies is geweest om de wielbasis te vergroten van 600 mm naar 1200 mm